De oproep


Een zinsnede uit de oproepbrief van de prefect, baron de Stassart, van het Département des Bouches de la Meuse (vertaald: Departement van de Monden van de Maas) aan de ingezeten rijkeluiszonen van Zuid-Holland (waaronder Koos) luidde:

Ik heb de eer U te doen weten, Mijnheer, dat ik U heb aangewezen om deel uit te maken van het contingent Gardes d’Honneur, hetwelk het departement van de Monden van de Maas, daartoe door Zijne Keizerlijke en Koninklijke Majesteit gemachtigd, aan hem mag aanbieden. Opgevoed als gij zijt in de beginselen van de eer zult gij ongetwijfeld zeer verheugd zijn, dat U daarin een loopbaan wordt geopend op een zo strelende wijze en zult U zich haasten gevolg te geven aan het beroep, dat ik op U doe.

Ik verzoek u wel de 23evan deze maand tussen 10 en 12 uur naar de Prefectuur te willen komen. Ik heb de eer U met zeer bijzondere hoogachting te groeten,

De auditeur bij de Raad van State,

Prefect van de Monden van de Maas,

Den Haag, 7 mei 1813 w.g. G. de Stassart