Ontmoetingen met Napoleon


Diverse keren zag Koos Napoleon in eigen persoon, onderweg of als de troepen door Napoleon persoonlijk werd geïnspecteerd.

De eerste keer kwam hij de keizer onderweg in het voorbijgaan tegen zoals blijkt uit de volgende dagboeknotitie:

“26 julij, ten 4 Uren opgestaan en ten 5 Uren weder te voet vertrokken langs eene bergachtige, vuile en bijna ontoeganglijke weg naar Rommertz, een armoedig dorp alwaar wij ten 5 Uren zijn aangekomen en allerslegts ingekwartierd. – Op de weg kwamen ons verscheidene Couriers tegen, waarvan de laatste ons verzekerde dat Z.M. den Keizer dadelijk zoude volgen, zooals Z.M. dan ook oogenblikkelijk zonder eenig gevolg en alleen van 6 à 8 Gardes d’honneur en 2 Mamelukken vergezeld ons tegenkwam. – des nagts wederom op Hooij geslapen in eene opene Schuur.”

De twee genoemde Mammelukken waren Napoleon’s lijfwachten Roustam Raza en Ali, waarvan Roustam de bekendste was zoals blijkt uit vele schilderijen uit die tijd en hedendaagse verfilmingen.

Ook werd de Garde d’Honneur diverse keren door Napoleon geïnspecteerd, zoals uit de volgende dagboek notities blijkt.

“30 augustus, ten 4 Uren opgestaan en ten 6 Uren in groot uniform van hier vertrokken naar Dresdendan buiten de stad op een plein halt gehouden en aldaar door Z.M. den Keizer en Koning geinspecteerd met een gevolg van verscheidene (voorname) Generaals; dit afgelopen zijnde, zonder in de stad te komen naar Mikken gereden, een Uur van Dresden en alleen door de rivier de Elbe van dezelve afgezonderd, ‘t geen een overheerlijk gezigt opleverd, alhier hebben wij het allerellendigst gehad doordien er volstrekt niets te eeten was.”

“6 september, ten 4 Uren te voet van hier door Dresden vertrokken naar Kerschenbrode, een voor dit land schoon dorp, alwaar wij vrij goed waren gelogeerd, dan dit was weder van korte duur, wijl wij des nagts ten 2 Uren moesten zadelen en ten 3 Uren vertrekken naar Dresden, alwaar wij even buiten de stad op een groot veld door Z.M. den Keizer (tegelijk) met een groote (ontzachelijke) menigte troepen zijn geinspecteerd en van daar opgemarcheerd naar de Armee tot voor Pirna, dan dadelijk weder teruggereden tot op een Uur afstand van Dresden, alwaar wij des avonds ten 9 Uren doornat zijn aangekomen en moesten bivouacqueeren, ‘t geen wij vervolgens alle nagten gedaan hebben tot op den 11 september, wanneer wij bij de Grenzen van Bohemen waren en mijn paard om deszelfs blessuren wierd gerenvoijeerd naar het Depot, zijnde ik alstoen dadelijk uit het Leger vertrokken en des avonds gekomen op een zeer pragtig Kasteel ter zijde Prina,’t geen door de Kozakken compleet was uitgeplunderd, niettegenstaande dit alles heb ik het alhier zeer goed gehad.”