Napoleon’s lijfwacht Roustam Raza


Twee mammelukse lijfwachten vergezelden Napoleon veelal op zijn reizen, Roustam en Ali.

Le mamalouk Raza Roustam, 1806, schilderij van Jacques-Nicolas Paillot de Montabert

Roustam Raza (1783-1845) was van 1799 tot 1814 de beroemde mammelukse lijfwacht van Napoleon Bonaparte.

Hij werd in Tbilisi, Georgië geboren als zoon van een Armeense koopman en zijn Georgische echtgenote. In 1797 werd hij op 13-jarige leeftijd gekidnapped en in Cairo als slaaf verkocht. Na het overlijden van zijn meester kwam hij in Caïro in het bezit van een met Napoleon bevriende sjeik.

In augustus 1799, kort voor Napoleons terugkeer in Frankrijk, trad hij in zijn dienst als persoonlijke begeleider en lijfwacht. De volgende vijftien jaar vergezelde Roustam de consul en latere Franse keizer op al zijn krijgstochten, van Spanje tot Rusland aan toe. Hij zorgde voor de wapens en kleding van Napoleon en hield toezicht op het serveren van zijn maaltijden. Als lijfwacht sliep hij ‘s nachts direct naast Napoleons vertrek.

Bij ceremoniële gelegenheden, zoals de kroning van 1804, was Roustam in vol ornaat gekleed. Op 1 februari 1806 trouwde hij met Alexandrine Douville, de dochter van de valet de chambre van keizerin Joséphine de Beauharnais.

Hij heeft in zijn memoires met anekdotes een aardig beeld geschetst van Napoleons onmiddellijke omgeving. Zelf is Roustam meermalen op doek vastgelegd in historische schilderijen, waarop hij door zijn tulband gemakkelijk herkenbaar is. Meestal in de buurt van Napoleon of Napoleon’s paard.

Hij volgde Napoleon niet in zijn ballingschap naar Elba en toen hij tijdens de Honderd Dagen weer bij de keizer in dienst wilde treden liet die hem gevangenzetten. De relatie tussen beiden was onder druk komen te staan door allerlei geruchten dat de Engelsen de lijfwacht hadden omgekocht om Napoleon te vergiftigen.

Raza’s positie als tweede bediende werd tijdens de Honderd Dagen ingenomen door zijn voormalige assistent en de keizerlijke bibliothecaris, Louis Étienne Saint-Denis, die door Napoleon Ali werd genoemd en zich ondanks zijn Franse afkomst ook als mammeluk moest kleden.

Na 1815 werkte Roustam Raza een tijdje als loterijbaas en ging toen met zijn vrouw rentenieren. Hij overleed op 7 december 1845 in Dourdan, Frankrijk. Zijn memoires in dienst van Napoleon werden pas voor het eerst in 1988 gepubliceerd.

Mammeluk Ali ofwel Louis-Étienne Saint-Denis, 1810, schilderij van Horace Vernet

Louis-Étienne Saint-Denis (1788-1856), bekend als “Mammeluk Ali” werd geboren op 22 september 1788 in Versailles. Zijn vader, Étienne Saint-Denis, was een opzichter van de koninklijke stallen en zijn moeder, Marie-Louise Notté, de dochter van een officier van de koninklijke keuken.  Zijn ouders gaven hem een ​​goede opleiding, waardoor hij bij een notaris in Parijs kon gaan werken. Dankzij de aanbeveling van Armand Augustin Louis, marquis de Caulaincourt, de opperstalmeester van de keizer, die zijn vader kende, kwam hij als jager in dienst van la Maison de l’Empereur.

Vijf jaar later, in 1811, werd hij door Napoleon gekozen als assistent van Raza Roustam en tweede kamerbediende van de keizer. Uit gehoorzaamheid aan Napoleon, krijgt hij de bijnaam “Mammeluk Ali” en kleedt zich ook als zodanig. Hij is met Napoleon in Rusland, volgt hem in ballingschap naar het eiland Elba, is aanwezig tijdens de Honderd Dagen en vergezelt hem uiteindelijk naar St. Helena. Aangezien Roustam Raza de keizer niet volgde naar Elba, werd Saint-Denis in april 1814 de eerste Mammeluk. In St. Helena deed hij al het mogelijke om de zes jaar gevangenschap van Napoleon te verzachten. Met lokale ingrediënten maakte hij bijvoorbeeld een eau-de-cologne voor de keizer. Maar ook diende hij als copyist en bibliothecaris.

In 1819 trouwde hij met de Engelse Mary Hall, gouvernante van de kinderen van Grootmaarschalk Henri-Gatien Bertrand. Twee jaar later wees de keizer in zijn testament hem een aanzienlijke som geld toe uit erkenning voor zijn toewijding. In 1826 publiceerde Saint-Denis het werk Souvenirs met originele details over zijn tijd in dienst van de keizer. Napoleon III, in 1854, maakt hem in 1854 als laatste teken van dankbaarheid Ridder van het Legioen van Eer. Louis-Étienne Saint-Denis stierf op 3 mei 1856 in Sens (Yonne).