De prefect


Na de inlijving van het Koninkrijk Holland door het Franse Keizerrijk werd Nederland conform Frans model ingedeeld in departementen. Gouda viel binnen het Département des Bouches-de-la-Meuse (Monden van de Maas ofwel het Maasland). Waarschijnlijk één van de moeilijkste departementen waarin bijvoorbeeld de oude residentie van de Oranjes, de door de afsluiting van de zee zwaar getroffen koopstad Rotterdam en het oude bolwerk van geestelijke vrijheid Leiden lagen, om slechts enkele uitdagingen te noemen.

Prefect De Stassart

Aan het hoofd van dit departement stond de prefect, Goswin Joseph Augustin baron de Stassart (1780-1854), een Mechelaar. Wellicht hoopte Napoleon zijn nieuwe Nederlandse onderdanen milder te stemmen door een Vlaamse landgenoot te benoemen (Nederland en België waren toen nog één). De Stassart kreeg zijn academische vorming echter in Frankrijk en hij vond de Nederlandse taal vermoeiend. Hij stond te boek als ‘rusteloos ijverig, vervuld van een grote culturele belangstelling, tegenover tegenstanders niet onedelmoedig en in moeilijke omstandigheden onversaagd.’1

Daartegenover stond één groot gebrek: vergaande onevenwichtigheid, zich niet zelden uitend in tomeloze drift. Opmerkzaam tot in het ridicule, verdrinkend in papierwerk en zijn personeel steeds opjagend. Vergeleken met zijn Amsterdamse ambtgenoot, prefect De Celles, was De Stassart echter volgens alle Nederlandse bronnen de minst erge van de twee. Kortom, de prefecten waren in het bezette Nederland uiteraard niet erg populair.

Als onder-prefect werd Charles Henri David de Gestas (1787-1847) benoemd. De onder-prefecten moesten inlichtingen verzamelen, opdrachten van de prefecten overbrengen en als stootkussen fungeren tegen de wanhopige en tegenwerkende aangewezen gardes en hun families. De Gestas speelde een betrekkelijk belangrijke rol toen hij de onwillige Donker Curtius, Van Hogendorp en Jacob van Zwijndregt (laatstgenoemde zat zelfs in de Gevangenpoort in Den Haag) moest bepraten om hun verzet op te geven. De Oranjegezinde Gijsbert Karel van Hogendorp hekelde de Stassart en noemde de Gestas ‘un monstrillon renforcé’.2

  1. De Nederlanders in Napoleons Garde d’Honneur, W.F. Lichtenauer, 51.
  2. Brieven en Gedenkschriften van G.K. van Hogendorp, III. – ‘s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1876.