Jan Pietersz. van der Lee (1545-1613)
Mijn stamoudvader Jan Pietersz. van der Lee stamde uit een Oudewaterse lijndraaiersfamilie. Hij had zich aangesloten bij de watergeuzen en was erbij toen in 1572 Den Briel werd ingenomen. In hetzelfde jaar was hij betrokken bij de overstap van Oudewater en Gouda naar de zijde van de Prins. In 1574 werd hij gekozen als schepen en was hij kapitein van de Oudewaterse Schutterij.
De moord van Oudewater
In de zomer van 1575 trok de Spaanse commandant Gillis van Berlaymont, heer van Hierges, rond door de Nederlandse provincies. Oudewater kreeg het advies van de Geuzen om de IJsseldijken door te steken. De burgers sloegen die raad in de wind. Het hooi en de kostbare hennep zouden verloren gaan als het land onder water liep. Op 4 augustus naderde het Spaanse leger onverwachts over de Damweg. Binnen twee dagen was Oudewater omsingeld en afgesloten. De hennep stond hoog op het land, zodat de Spanjaarden daartussen dekking vonden voor de kogels. De Spaanse kanonnen waren gericht op de stadsmuren en bij de Waardpoort werd een bres geschoten. ’s Nachts probeerden de burgers het gat te dichten met natte hennepbalen, oude visnetten en mest. In de voegen zetten ze hekels, blokken hout met ijzeren punten waarover de hennep werd gehekeld. Ondertussen sneden de Spanjaarden grote bossen hennep van de akkers en dempten daarmee de stadsgracht bij de bres.
Op zondag 7 augustus vochten de soldaten zich over de hennep Oudewater binnen. Niet alleen soldaten, maar ook vrouwen, kinderen, priesters en nonnen werden wreed vermoord of gevangen genomen. Omdat er toch betrekkelijk veel mensen de slachting overleefden, zijn door overleveringen de gruwelverhalen bewaard gebleven. Sommigen verstopten zich erg goed. Anderen beloofden losgeld, zoals Leendert van Dam. Jan Pietersz van der Lee overtuigde twee Spaanse soldaten dat hij een schat wist te vinden. Hier volgt zijn verhaal:
De vlucht
"Omdat Munter gewond was geraakt, commandeerde Jan Pietersz. van der Lee in het laatste gevecht in de bres bij de Waardsepoort.Toen de schutters zich voor de Spaanse overmacht moesten terugtrekken, vluchtte Van der Lee een huis in achter het klooster. De eerste Spanjaarden die hem ontdekten, wist hij te overmeesteren maar de overmacht was te groot en hij raakte gewond aan zijn been. Hij wist zijn leven te redden door de soldaten losgeld te beloven, 'niettegenstaande hy niet een stuyver hadde' zegt Van Duyn. De Spanjaarden namen hem mee naar het huis 'de Haversak' aan het Amsterdamse Veer. Daar trof hij zijn vriend Leendert Ariensz. van Dam, die zich naakt tussen de doden verschool. Zijn kleren waren in brand geraakt, waarschijnlijk door het springen van de mijn.
Samen werden zij overgebracht naar het legerkamp. Hier vertelde Van Dam een verzonnen verhaal over een groot kapitaal dat hij in Schoonhoven zou hebben uitstaan. Hij kreeg drie dagen de tijd om het geld op te halen en Van der Lee bleef als gijzelaar achter. Op zijn beurt maakte Van der Lee de Spanjaarden wijs dat bij het huis van zijn oom in Oudewater tweeduizend gulden begraven was. Twee soldaten brachten hem naar het huis. Hij deed alsof hij nauwelijks kon lopen door zijn wonden. Bij het huis aangekomen ging één soldaat op zoek naar een schop. Van der Lee sloeg de andere soldaat neer en klom over een schutting.
Buiten de stad verborg hij zich op een akker tussen de hoge hennepplanten. Zodra de achtervolging gestopt was, ging hij naar Schoonhoven zoals hij met Van Dam had afgesproken. Bij de vlucht was hij gewond geraakt aan zijn hiel. Aert van Duyn zegt hiervan: 'Vint zynen hiel by na afgeslagen.' Van der Lee sneed het losse stuk vlees zelf van zijn hiel af.
Na zijn ontsnapping werkte Van der Lee met Van Dam in Gouda als zakkendrager om in zijn onderhoud te voorzien. Toen Gouda een beloning van vijftig gulden uitloofde voor het gevangennemen van deserteurs uit het Spaanse leger die de regio onveilig maakten, nam Van der Lee zijn kans waar om wraak te nemen en tegelijkertijd geld te verdienen. Hij slaagde erin één man van een groepje van drie te onthoofden. De man was kaal. Omdat je een kaal hoofd niet bij de haren kunt nemen, zat er niets anders op dan zijn vingers in de mond van het hoofd te steken en zo het hoofd naar Gouda te dragen. Daar kon hij zijn premie in ontvangst nemen.
.jpg)
(1).jpg)
In 1578 keerde Van der Lee in Oudewater terug en nam zijn oude beroep van lijndraaier weer op. Hij werd opnieuw gekozen als schepen en in de jaren 1581-1582 en 1586-1587 was hij burgemeester van Oudewater. Van 1587 tot zijn dood in 1613 was hij wachtmeester van Oudewater. Zijn nieuwverworven welvaart is goed af te zien aan het huis waar hij rond 1600 woonde, 'Den Engel', tegenwoordig Wijdstraat 16-18."
In de jaren 1581-1582 en 1586-1587 was hij burgemeester van Oudewater. Van 1587 tot zijn dood in 1613 was hij wachtmeester van Oudewater. Willem van Oranje voorzag in een jaarlijkse geldelijke beloning en hij mocht voortaan de titel 'commandeur van Oudewater' voeren.
In 1650 maakte Dirck Stoop in opdracht van het Oudewaterse stadsbestuur een bijna vijf meter breed panoramaschilderij van de Oudewaterse Moord. Nog elk jaar op 7 augustus als dat op een zondag valt, of anders de eerste zondag daarna, luidt om twaalf uur het stadsklokje ter herinnering.
Touwmakerij Van der Lee - oudste familiebedrijf van Nederland
Volgens een artikel in het NRC Handelsblad van 8 oktober 2007 blijkt het door de familie Van der Lee opgerichte bedrijf tot de oudste van Nederland. Het bericht met de de kop 'Oudste familiebedrijf: Touwslager' luidt:
ROTTERDAM, 8 okt. De oudste familiebedrijven van Nederland zijn bijna allemaal gestart vanuit een ambacht en kunnen zich goed aanpassen aan veranderende omstandigheden, zoals een oorlog of nieuwe technologie. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Nyenrode en Berk Accountants en Belastingadviseurs. Op basis van gegevens van de Kamer van Koophandel, primaire bronnen en eerdere studies bekeken de onderzoekers hoe de oudste familiebedrijven door de eeuwen heen zo succesvol konden zijn. Touwfabriek Van der Lee uit Oudewater (opgericht in 1545) is het oudste Nederlandse familiebedrijf. De tien oudste familiebedrijven samen zijn goed voor meer dan 3.500 jaar geschiedenis. Open communicatie, realiteitszin en respect voor iedereen in en om het bedrijf spelen een belangrijke rol, aldus de onderzoekers. Ook daadkrachtige leiders, die het goede voorbeeld geven en moeilijke beslissingen durven nemen, vormen een succesfactor. Deze leiders zijn afkomstig uit de negende tot veertiende generatie. Onder hun bewind hebben de ondernemingen zich ontwikkeld uit een ambacht tot moderne en internationale spelers.
Een artikel Bert van den Hoogen van 9 oktober 2007 in het AD met de kop 'Al 463 jaar in touw' luidt:
OUDEWATER - Touwfabriek Van der Lee, gesticht in 1545, is het oudste familiebedrijf in Nederland, blijkt uit onderzoek van Nyenrode-hoogleraar Roberto Flören en Stefan Jansen van Berk Belastingadviseurs. Rondom de fabriek worden bewoners nog steeds om half acht gewekt door de fabriekszoemer. De twintig werknemers gaan dan aan het werk.
,,Er is weinig verloop in het personeel, sommigen werken hier hun hele leven,’’ zegt adjunct-directeur Erik van Broekhuizen. ,,De eigenaren hebben een eergevoel, de naam moet behouden blijven. Er wordt ook veel op de lange termijn gekeken. Een slecht jaar mag een keer. We werken in een soort beschermde omgeving.’’
In de nieuwe fabriekshal draaien twee gigantische vlechtmachines 8-strengs nylon touwen in elkaar. Unieke machines, want zelf gemaakt. ,,Ze zijn veertig jaar oud, maar gaan waarschijnlijk nog jarenlang mee. Vervangen is onbetaalbaar. Daardoor kan een andere touwfabriek deze touwen nooit leveren,’’ vertelt Van Broekhuizen trots.
In de fabriek in Oudewater worden moderne techniek en traditioneel vakmanschap moeiteloos in elkaar gevlochten. Naast de zware machines zit iemand de kroon op een kabelaring te breien. Het is het pronkstuk op het touw dat om een sloep zit gespannen. Daar gaat drie dagen arbeid in zitten.
Op de lijnbaan uit 1900 is net een touw gedraaid dat 1000 ton kan dragen. In de werkplaats is een jonge werknemer met een vuistdik touw bezig. Van Broekhuizen: ,,Die technieken kun je alleen hier leren.’’
Ooit was Van der Lee grootleverancier van de zeilschepen van de VOC. Vandaag de dag zijn de grote rederijen in de Rotterdamse haven de grootste afnemers.
Van Broekhuizen: ,,Van der Lee was vooruitstrevend. Hij stapte als een van de eersten over op stoom, later op elektriciteit. In de jaren ’60 ging het bedrijf ook mee in de kunststoffen.’’ Met de opkomst van de lagelonenlanden was Van der Lee zo slim zich op speciale touwen te gaan richten.
Het bedrijf is nu een holding, met de aandelen verdeeld over de familie. Gerrit van der Lee trekt nog wel aan de touwtjes, maar werkt en woont zelf in Rotterdam. De familieleden die in de raad van bestuur zitten hebben geen kinderen. Van Broekhuizen: ,,Over een jaar of dertig komt er dus wel een eind aan die familietraditie.’’
Bronnen
-
H.L.Ph. Leeuwenberg e.a. (red.), Utrechtse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende mensen uit het gebied tussen Lek en de Hollandsche IJssel (Utrecht 2003) 107-111.
-
A.C. van Aelst, Schets der Staatkundige en Kerkelijke Geschiedenis en van den Maatschappelijken Toestand der stad Oudewater tot hare inneming en gedeeltelijke verwoesting in 1575. (Gouda 1893).
-
A.W. de Boer en J. Schouten, Oud-Oudewater. (Oudewater z.j.)
-
R.C.H. Römer, 'De moord van Oudewater in 1575', in: Utrechtsche Volks-almanak voor het jaar 1859. (Utrecht 1859).
-
Drs. Nettie Stoppelenburg, De Oudewaterse Moord, uitg. Stichting Cultureel Sociaal Fonds Mooyman-MARTENS, ISBN 90 5479 080 6, (2005).
-
Project Biografieën van Nederlandse ondernemers van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam (www.iisg.nl).
|