Gerard Pauli Traudenius (ca.1580-1630)
Mijn stambetovergootvader Gerard Pauli Traudenius werd rond 1580 in Gouda geboren als zoon van Paulus Traudenius en Dieuwer Gerritsdr. Op 13 juni 1604 huwde hij in Gouda voor de schepenen met Marrichien Claes.
De oorspronkelijk achternaam was 'van Truiden', wellicht naar Geertruidenberg genoemd. Dit gebruik van een zogenaamde humaniem (verlatiniseerde of vergriekste achternaam) verraad een genoten studie aan een Latijnse school, seminarie of universiteit. Gerard was dan ook in leven Rector van de Latijnse School in Gouda, net als zijn vader Paul en zijn broers Willem en Dirk. Samen vormden zij ruim 50 jaar lang de hoofdmeesters van de school en behoorden tot de prominentste burgers van de stad.
De Latijnse School
"De Latijnse school was vóór de 19e eeuw een in heel Europa wijd verbreid schooltype, dat leerlingen (uitsluitend jongens, overwegend afkomstig uit gezinnen uit de hogere en middenklasse) voorbereidde op de universiteit. Destijds was het Latijn de taal van de wetenschap, en zelfs de colleges op universiteiten werden in deze taal gegeven. Kennis van het Latijn was essentieel voor een ieder die hogere studies wilde verrichten. Het lesprogramma van de Latijnse school bestond grotendeels uit Latijn. Andere vakken waren van marginale betekenis.
Vele Nederlandse steden (onder meer Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Dordrecht - het oudste van Nederland, Alkmaar, Gouda, Haarlem, Leiden, Deventer en Groningen), hadden vanaf de 14e eeuw een Latijnse school. Sinds de 16e eeuw werd ook het Grieks opgenomen op het schoolprogramma. In de 18e eeuw begon in Nederland de populariteit van de Latijnse scholen te tanen, onder meer door de opkomst van de "Franse scholen", waar men ook Frans leerde (een taal die toen bezig was Latijn te verstoten van zijn positie van Europese lingua franca) en praktische vakken zoals boekhouden.
In 1838 werd er in Nederland een onderwijshervorming doorgevoerd, waarbij de Latijnse school plaats maakte voor het gymnasium, een schooltype waarbij Latijn nog altijd het belangrijkste vak was, maar wel aanzienlijk meer tijd werd uitgetrokken voor de moderne talen (Frans en Duits, soms ook Engels) en wiskunde en natuurwetenschappen. In de jaren na 1838 werden alle Latijnse scholen omgezet in gymnasia." (Bron: Wikipedia)
Het opschrift boven de voormalige Latijnse School te Gouda luidt: "Praesidium atque decus quae sunt et gaudia vitae - Formant hic animos Graeca Latina rudes" dat vrijd vertaald kan worden met: "Om eens tot steun, sieraad en bron van vreugde in het leven te zijn, vormen Grieks en Latijn hier de nog ruwe geest".
De Latijnse School in Gouda
Gerard's vader Paulus Traudenius (1543-1603) was de eerste rector van de Latijnse School (groeten scoele) in Gouda na de Reformatie (1573). Deze maakte er een volgroeid gymnasium van. Al sinds 1366 was er sprake van een school, die eerst aan de St. Jan vastzat en later op de markt huisde. Deze Roomsche School kwam bij het verbieden van het Rooms Katholieke geloof in Gouda in 1573 helemaal los van de kerk te staan en werd vanaf dat moment 'Latijnse School' genoemd. Omdat de huisvesting te wensen overliet, viel het oog op het leeggekomen klooster en besloten werd deze om te bouwen tot school. Na een vijf jaar durende, moeizame verbouwing, gebeurde dit uiteindelijk in 1578. Op zolder waren verschillende slaapkamers gebouwd en de kapel was in twee verdiepingen verdeeld. De boogramen waren dichtgemetseld en het kerkkoor rechtgetrokken. De keukens werden verbouwd tot rectors- en conciërgewoningen en de slaapzalen van de monniken werden les- en docentenkamers. Rond 1591 zaten er 200 leerlingen in vier klassen, waar men les kreeg in Latijn, Grieks, aritmetica, fysica en schoonschrijven.
In de loop der eeuwen studeerden er bekende mensen, waaronder Florentius Schoonhovius (1594-1648). Florens van Schoonhoven was de zoon van Theodoor Jacobsz., die in 1612 burgemeester in Gouda werd en Nisje Verharst, dochter van Floris Verharst (in 1579 eveneens burgemeester in Gouda). Het was tijdens zijn studie aan de Latijnse School dat Schoonhovius door zijn leraar Willem Trauden (Guillielmus Traudenius) werd aangespoord gedichten te schrijven, hetgeen hij later dankbaar vermeld in een speciaal opgedragen gedicht.
Andere bekende Goudse studenten zijn E.W. Schimmelpenning, Allard Pierson, Jacob Hovius en dichter A.C.W. Staringh. Daarnaast kwamen kinderen van rijke families uit heel Nederland en zelfs uit Londen in Gouda studeren. Elk jaar waren er wedstrijden in de voordrachtskunst, met fraaie boeken als prijzen. Afstuderen ging door het houden van een Latijnse voordracht, waarna men een vergulde herdenkingspenning kreeg.
In de loop der tijd werd de school bestuurd door 'Scholarchen’, geselecteerd uit de invloedrijke Goudse families, die zich bezighielden met het dagelijks bestuur, financiën en het houden van rijke banketten. Speciaal voor hen werd er rond 1750 een kamer gebouwd, versierd met Goudleerbehang. Deze bevindt zich links van de monumentale toegangsdeur (uit 1666), aan de Groeneweg. Rond 1849 werd het gebouw blijkbaar toch te klein en te oud en verhuisde men naar de Tiendeweg. Tegenwoordig heet de school 'Coornhert Gymnasium', naar een van de leerlingen van de Latijnse School.
De wapenspreuk van Gouda
Het wapen van Gouda met de sterren is afgeleid van het wapen van de familie Van der Goude. Leden van deze familie waren in de 14e eeuw schouten van de stad. Jan van de Goude (1375-1411) voerde als wapen in keel een dwarsbalk van zilver vergezeld van boven en van onder van drie sterren van goud. Het gemeentewapen lijkt dus een gespiegelde versie van het familiewapen.
In de hoedanigheid van rector van de Latijnse school wordt aan Gerard Traudenius toegeschreven dat hij de spreuk Per aspera ad astra ofwel 'door de doornen tot de sterren' heeft toegevoegd aan het wapen van Gouda. Deze spreuk komt echter pas na 1691 in verschillende versies van het stadswapen voor en wordt pas na 1750 standaard. Hoewel de spreuk van hem afkomstig is, is het dus twijfelachtig of hij degene is die de spreuk daadwerkelijk heeft toegevoegd aan het stadswapen.
Wat we nog meer weten
Hij was naast rector ook jaren lang secretaris van de stad Gouda. Het echtpaar Traudenius woonde in 1622 aan de Groeneweg. In 1625 wordt Gerard samen met Cornelis Traudenius genoemd als schepen van Gouda inzake een regest van Joost Pyetersz van Peuyenbrouck, poorter van Gouda. Volgens de grafboeken van de St. Jan was Gerard ook kerkmeester aldaar. In elk geval verschijnen zijn zoon Jan en enkele andere Traudanii als getuigen in de RK doopboeken. Aangezien de huwelijken ook steeds voor Schepenen gesloten worden, mag aan de gereformeerde rechtzinnigheid van de Traudanii getwijfeld worden. |